‘Ik heb de behoefte om vernieuwend te zijn’, zegt zangeres Lavalu. Ze zocht naar haar eigen geluid en vond dat in een samensmelting van pop, jazz, klassiek en triphop. Haar debuutalbum Hope Or Liquid Courage wordt door een heel divers publiek omarmd.
De meeste muzikanten ondergaan een persdag enigszins gelaten, maar Lavalu ziet er energiek uit, alsof ze er echt plezier in beleeft. Ze praat in rap tempo en straalt daarbij een enorme gedrevenheid uit. Haar muzikale verleden bestaat vooral uit een jarenlange pianostudie. Sinds haar vierde jaar speelt ze al. ‘Ik ben mijn hele leven al bezig met klassieke harmonieën. Maar ondertussen luisterde ik naar popmuziek. Door die combinatie ben ik begonnen als een soort Tori Amos, muziek waarbij de piano heel erg voorop wordt gesteld. Maar ik wilde met andere muzikanten samenwerken.’
Twee mensen raadden haar, onafhankelijk van elkaar, aan om eens met jazzdrummer Yonga Sun te gaan praten. ‘Dan moet je dat doen natuurlijk! Daar klikte ik ontzettend goed mee. Het is niet zo dat ik bewust op zoek ben geweest naar jazzinvloeden in mijn muziek, ik vond de muzikanten die ik tegenkwam gewoon geweldig. Ik ben optredens gaan bekijken en het raakte me, ik vond het heel bijzonder. Zo ben ik bij saxofonist Miguel Boelens terechtgekomen. Het is niet zo dat ik zocht naar een saxofoon. Heel lang hebben we zo met drum, saxofoon en piano gespeeld. Ik wilde er een basinstrument bij en heb via via cellist Jörg Brinkmann ontmoet.’
Eigenzinnig
Na de samenstelling van haar onconventionele band kon Lavalu zich echt gaan richten op het geluid dat ze wilde creëren. ‘Ik wilde iets van gitaarakkoorden gebruiken. De cellist legt z’n cello opzij, gaat akkoorden slaan, en je hoort gewoon een overstuurde gitaar. Juist het samengaan van instrumenten, die je in de popmuziek niet vaak hoort, kan iets toevoegen, verrassen, verbazen.’
Steeds meer ontdekte Lavalu wat ze wilde. ‘Ik was op zoek naar een bepaalde sfeer, een energie. Ik hou van eigenzinnige muziek, van mensen die kleur bekennen. Aan de ene kant is er de egoïstische behoefte om anders te zijn dan de rest, aan de andere kant is er de uitdaging nieuwe klanken toe te voegen die het popgenre niet zozeer gewend is. Er gebeuren te gekke dingen, maar als ik popradiostations opzet, dan verveel ik me wel eens. Er wordt heel veilig geprogrammeerd. Ik vind dat er wel eens wat meer kleur aangebracht mag worden. Daar is wel degelijk een markt voor. Ik denk dat mensen twee behoeftes hebben: dat waarvan ze weten dat ze het willen, en dat waarvan ze niet weten dat ze het willen, maar waarvan ze meer willen weten, zodra ze het ontdekken.’
Om te benoemen wat voor soort muziek haar aantrekt, laat ze regelmatig de namen van Moloko en Radiohead vallen. ‘In mijn platenkast staat heel weinig achtergrondmuziek. Je moet er gewoon voor gaan zitten, het liefst met de koptelefoon op, zo intiem mogelijk. Ik hou ervan als je wordt meegetrokken naar een andere wereld.’
Ook binnen Nederland is dat soort muziek volgens haar wel te vinden. ‘Ja, Woost uit Tilburg. Godverdomme, die moeten echt doorbreken, dat is werkelijk fantastisch. Verder vind ik Stuurbaard Bakkebaard erg leuk, en Marike Jager. In allerlei niches gebeuren er heel leuke dingen, maar dat komt niet zo snel bij een groot publiek terecht.’
Perfectiedrang
Als Lavalu spreekt over het bereiken van haar eigen geluid klinkt ze perfectionistisch en bevlogen. ‘De laatste tijd heb ik vooral perfectiedrang in hoe de hele band klinkt. De piano heb ik ondergeschikt gemaakt aan het hele bandgeluid. Ook heb ik heel sterk gewerkt aan hoe ik als zangeres klink. Ik heb een jaar les gehad van Edwin van Gelder van de kleinkunstacademie. Daardoor leerde ik een aantal dingen die ik tot nu toe niet kon. Je kunt altijd door blijven ontwikkelen, maar nu ben ik in het geluid waar ik even in wilde blijven zitten.’
De hele zoektocht vond ze zowel leuk als frustrerend: ‘Het gaat met vallen en opstaan. Ik ben keihard de grenzen van mijn eigen kunnen tegengekomen. Ik heb het niet altijd meteen door, maar als ik niet bij mijn eigen ideaal kom, haal ik er iemand bij die kan helpen. Ik geloof ook heel erg in samenwerking. Als je Moloko vergelijkt met het solowerk van Róisín Murphy, of Radiohead met de solocd van Thom Yorke, dan vind ik de samenwerking toch spannender, gelaagder. De beste ideeën ontstaan tussen mensen in, in die botsing. Dus ik heb me voorgenomen om niet te snel te denken dat ik het allemaal zelf wel kan, hoe verleidelijk dat soms ook is.’
Dat betekent niet dat ze niet overal zelf bij betrokken wil zijn. Samen met Miguel Boelens nam Lavalu de productie ter hand. ‘Fantastisch. Je kunt zo perfectionistisch bezig zijn met produceren. We hebben echt sounds gemaakt door de piano op te nemen, andersom af te draaien en dat weer door effectapparatuur heen te halen. Wat is dit voor geluid van Mars, te gek, dat wil ik! Ik ging mijn lievelingsplaten analyseren. Wat gebeurt hier eigenlijk? Vroeger was een liedje een liedje en een plaatje een plaatje. Nu luister ik naar alle details.’
Wat gebeurt hier?!?
Lavalu heeft al een mooi festivalseizoen achter de rug. ‘We worden altijd anders ontvangen, maar altijd enthousiast. Mensen staan soms met open mond te kijken van wat gebeurt hier?!? Een jazzpubliek is verbaasd over de teksten en de zanglijnen, poppubliek over de saxofoon en de cello op het podium. Dat is heel leuk. Ik zou mij nooit willen verbinden aan één soort podium of één soort genre. Muziek is een manier om contact te maken met mensen, waarom zou ik maar met één soort mens om willen gaan?’
In de nabije toekomst staat er onder meer een aantal theaterconcerten op het programma. Ook heeft de zangeres alweer ideeën voor een volgende plaat, maar ze kijkt niet te ver vooruit. ‘Ik heb altijd torenhoge ambities gehad. Daar heb ik niet zoveel zin meer in. Ik wil gewoon genieten van wat er nu is.’
Renate Sun-Louw