september 2009 — review

3voor12 Arnhem-Nijmegen Lavalu geeft pittig voorproefje debuutalbum in CultuurCafé. Publiek loopt weg met artiest.

Na een korte pauze wordt het tijd voor Lavalu, die zich tijdens het voorprogramma al voorzichtig warm stond te swingen aan de rand van de zaal. Haar eigen optreden gaat van start met een toegankelijke, krachtige, jazzy song. Meteen valt het gebruik van de cello als tokkelinstrument op.

Sowieso kan dit als bijzondere instrumentale bezetting opgemerkt worden: geen gitaar of contrabas, maar een cello (later ook als strijkinstrument gebruikt). Een drummer lijkt onontbeerlijk als ritmische ondersteuning, maar het doet hier meer dan dat. Het is geen achtergrondopvulling maar een volwaardige medespeler in het team. Daarnaast verveelt ook het blazersgedeelte geenszins: af en toe is deze partij zelfs leading (zoals overigens elk instrument van tijd tot tijd), maar ook worden er verschillende saxofoons uit de kast getrokken. Lavalu vult het aan met toetsenspel en natuurlijk haar volle en krachtige stem.

Naarmate de nummers vorderen lijkt het wat eentonig te worden; kalm, vloeiend en vlot maar veel van hetzelfde. Gelukkig komt er dan net een song met meer power en rockinvloeden, gevolgd door juist weer heel tere liedjes. Met als absolute publiekstopper Cradle Song – hier sterk uitgevoerd met enkel zang en cello.

De muziek laat denken aan Nouvelle Vague, Feist of Morphine, Tori Amos. Toch lijkt geen van die vergelijkingen echt op te gaan. Maar waarom zouden we vergelijken? Voor Nederland lijkt Lavalu sowieso een redelijk uniek concept. En dat merken we ook aan de nog matige populariteit in eigen land, terwijl ze toch onlangs al schitterden op het internationaal vermaarde Montreux Jazz Festival. In Nederland overheerst de aandacht voor stevige, vermakelijke rockers als De Staat en Moke en lijkt jazz een ouwelullen-imago te hebben. Maar van oud en stoffig is bij Lavalu absoluut geen sprake. De wereld lijkt klaar voor Lavalu, nu Nederland nog.

Renee Huynen en Judit Verlouw