In de jazz is niets meer wat het lijkt. Het zangeresje dat achter het toetsenbord staat, oogt als een van de vele filles fragilles, de zuchtend zingende Franse meisjes die in het voetspoor Van Jane Birkin de zangkunst reduceerden tot het geluid van een erotische zomerbries. Paillettentopje, blote schoudertjes, fonkelend sterrenstof rond de reebruine ogen, vingerloze handschoentjes: de jongens in het publiek moeten zich inhouden om niet keihard “je t’aime!” te roepen, een liefdesverklaring die hopelijk zal worden beantwoord met een kreunend “moi non plus!” Maar wanneer de linkerhand van zangeres Lavalu als een roofvogel naar het toetsenbord duikt, wordt de betovering wreed verbroken.
Asymmetrische baslijnen in regelmatig wisselende maatsoorten rijgen Joe Zawínul, Sergej Rachmaninov en Tori Amos op een bijna diabolische manier aan elkaar en een messcherpe saxofoonsolo rijt de beeltenis van Jane Birkin meedogenloos aan flarden. Deze metamorfose van erotische zomerbries tot creatieve wervelstorm vindt plaats in de bovenzaal van Paradiso, de locatie waar het album Take Six – When Pop Meets Jazz aan publiek en media wordt gepresenteerd. De cd is het resultaat van Unsigned 2009, een project van Muziek Centrum Nederland dat tot doel heeft om onontdekte talentvolle bands en musici een platencontract te bezorgen bij een van de weinige maatschappiljen die nog idealistisch of vermogend genoeg zijn om hun nek uit te steken voor kwalitatief hoogstaande Nederlandse popmuziek. De zes bands, ieder met twee tracks op de cd vertegenwoordigd, treden alle twintig minuten op. Lavalu, pianiste, zangeres, componiste én tekstdichteres, maakt haar vooruitgesnelde reputatie volledig waar en profileert zich moeiteloos als het paradepaardje van Unsigned 2009.
Unsigned was het kindje van het Nationaal Pop Instituut, maar sinds vorig jaar alle muziekorganisaties – pop, klassiek, jazz et world – werden verenigd in het Muziek Centrum Nederland. wordt het succesvolle project georganiseerd door MCN. Projectleider Sarah Mable vond het dus voor de hand liggen dat Unsigned 2009 in het kader van die fusie moest worden gezocht. “De popafdeling deelt nu een ruimte met de jazzafdeling, dus die keuze was snel gemaakt – vooral omdat er op het snijvlak van die twee muzieksoorten van alles broeitl’ Als MCN wil laten horen dat de cross-over tussen pop en jazz niet ophoudt bij Wouter Hamel, Sensuàl en Room Eleven, dan zijn zij daarin meer dan geslaagd. Afgaande op de muziek van de populaire cross-overbands van dit moment zou je denken dat jazz anno 2009 voornamelijk bestaat uit vrolijke niets-aan-de-hand-muziek. Take Six laat horen dat er gelukkig nog plaats is voor bijna avantgardistische bands als Einstein Barbie en Electric Barbarian. Hun muziek, waarin bizarre vrouwelijke vocalen domineren, bouwt voort op de experimenteerdrift van notoire dwarsliggers als Miles Davis, Annette Peacock of Laurie Anderson. Daartussendoor laat Thomas Azier horen dat een huwelijk tussen Depeche Mode en D’Angelo wel degelijk tot de mogelijkheden behoort en onderzoekt Myriam Gaasbeek nieuwe gebieden in een wereld die werd ontdekt door grootheden als Amos Lee en Norah Jones. En dan is er nog Ruben Hein. Deze getalenteerde pianist begon, gepusht door zijn entourage, met zingen en ontpopt zich nu, samen met Lavalu, als een van de grootste talenten die de negende editie van Unsigned heeft opgeleverd.
Vraag Lavalu niet of zij bezig is met het afstoffen van een muziekgenre uit grootvaders tijd. “Onzin! De jazz die ik de afgelopen tijd heb gehoord, is allesbehalve stoffig,” fulmineert de zangeres die in het gewone leven net zo heftig en springerig is als op het podium. “Nederlandse bands als Zapp en Mona Lisa Overdrive stoffig? Ik dacht ’t niet! Het is niet waar dat er na Miles Davis niets meer is gebeurd in de jazz. Ken je het album World Tour van Joe Zawinul? Dat is pure rock-‘n-roll, toch? Daar gaat het bij mij om: of je nou pop, klassiek, of jazz speelt – het moet altijd rock-‘n-roll zijn. Zoals Glenn Gould Bach’s Das Wohltemperierte Klavier speelt, dat is toch óók rock-‘n-roll?” Ruben Hein, offstage even introvert en intens als achter de piano en microfoon, is het met Lavalu eens. “Wanneer je muziek maakt, het doet er niet toe welk genre, moetje energie verplaatsen. Wanneer je dat niet doet, dan gaat het nergens over. Wat dat betreft kun je de begrippen ‘afstoffen’ of ‘opschudden’ natuurlijk ook anders zien. Zodra jonge muzikanten op een andere, nieuwe manier met muziek aan de slag gaan, wordt dat vaak omschreven als afstoffen. Je kunt ook gewoon zeggen dat zij verder gaan met het ontwikkelen van de muziek. Muziek, welk genre dan ook, staat nooit stil, gaat steeds weer verder. Ik denk dat we het dáárover moeten hebben. Muziek is een levend beest dat alle kanten opgaat.” De muziek van het pianobeest met de monumentale stem Ruben Hein gaat voornamelijk de goede kant uit. Zowel live als op de plaat beweegt zijn muziek zich onstuitbaar richting luisteraar. Zijn stem duister en stekelig als zijn stoppelbaard, zijn pianospel net zo onontkoombaar als zijn imposante, boomlange postuur. De groove van de song Fear duidelijk 2009, de akkoorden die hij neerlegt eerder Herbie Hancock anno 1965. Twee saillante details onderstrepen nog eens hoe breed en diep de muziek van deze band in de tijd is verankerd.’ DrummerJoost Patocka is ook de vaste slagwerker van het oudste jazzmonument dat Nederland kent: de 84-jarige zangeres Rita Reys. Hein zelf is de vaste toetsenman van de hipste en bekendste Nederlandse hiphop-act Pete Philly & Perquisite. Het is de traditie en vernieuwing die je ook hoort in de zangvan deze tegendraadse crooner: José James, Frank Sinatra, Harry Connick Jr. en Kurt Elling hebben op zijn stembanden allemaal wel wat sporen nagelaten. Een vergelijking met Wouter Hamel ligt voor de hand, maar daar wil Hein zich niet aan wagen: hij kent Wouter te goed en vindt hem veel te aardig. Nou één poging dan… “Ik denk dat mijn muziek meer jazzgerelateerd is, omdat ik eigenlijk meer jazzpiantst ben die er later ook bij is gaan zingen!”
Lavalu’s toetreding tot de jazzscene is te vergelijken met de manier waarop Alice door een konijnenhol in Wonderland terechtkwam: bij toeval en tot haar eigen grote verbazing. Klassiek geschoold, verleid tot het maken van popmuziek door Tori Amos – “lets wat geen top-40 was: kon dat dan ook?” – en door haar muzikanten bekeerd tot het jazzdom. “De enige muzikant op de wereld die ik kende was de pianist/componist Martin Fondse. En toen ik op zoek ging naar een drummer vroeg ik hem: ‘Martin, jij kent mijn liedjes een beetje… Welke muzikant past daar nou bij?’ Nou, toen zei hij zonder te aarzelen: ‘Yonga Sun!’” Cellist Jörg Brinkmann en saxofonist Miguel Boelens volgden en hoewel Lavalu nooit uit een jazztraditie had geschreven, bleken haar muzikale wereld en die van de jazz in hoge mate compatible te zijn. “Ik had geen idee van jazz: ik heb door die jongens moeten leren wat een E-mineur 7/9 was. Hetzelfde geldt voor maatsoorten.Ik schijn nogal veel verschillende maatsoorten af te wisselen. Dus tijdens de eerste repetities riepen ze steeds: wacht, speel dat nou nog eens? En dan gingen ze tellen: zes, vijl, zes, vijf ,vijf. Dan had ik zoiets van ‘t zal wel, ik heb geen flauw idee. Daarom was ik zo verbaasd dat er ineens jazz op mijn ding werd gelabeld. Dan dacht ik waar kom dát nou weer vandaan? Dat heb ik er nóóit in bedacht!”
Het Unsigned-project Take Six – When Pop Meets Jazz mag dan aan de wieg hebben gestaan van in ieder geval twee nieuwe carrières. Maar wat heeft het voor zin om nóg twee bands toe te voegen aan een muzikantenpool waar, net als in alle andere culturele sectoren, de dog eat dog-doctrine tot leefregel is verheven? Sarah Mable beaamt dat het buiten de veilige muren van Muziek Centrum Nederland een jungle is. “Daar waarschuwen we de deelnemers ook meteen voor. Ik probeer in de eerste gesprekken meteen te peilen hoe groot hun toewijding is. Het komt voor de geselecteerden toch neer op een jaar lang onbetaald keihard werken. Wij proberen natuurlijk wel om voor de troepen uit te gaan. Dan moet je toch óók een beetje commercieel denken. Op dit moment zit ik alweer te denken: wal zou er volgend jaar ‘in’ kunnen zijn? Het is toch eigenlijk een beetje trendwatchen wat we doen. Goed kijken en voelen wat er leeft in het muzikantenwereldje en in de muziekindustrie en daar dan een project mee opzetten. Vorig jaar was dat The Young Ones, omdat er ineens aandacht leek te zijn voor bandjes bestaand uit muzikanten van onder de 20. In 2007 stond Unsigned onder de noemer The Mighty 8 in het teken van ‘hiphop & soul from a ladies perspective’. Daar zaten acht mooie. sterke vrouwen in, kwaliteiten die in de media goed bleken te werken. In dat project zaten o.a. Giovanca en Sabrina Starke, zangeressen die op dit moment hun doorbraak aan het maken zijn. Ik weet van tevoren dat artiesten na het verschijnen van de Unsigned-cd twee of drie jaar nodig hebben om volledig tot ontplooiing te komen.’ De negen afleveringen van Unsigned hebben per editie minstens één artiest of band opgeleverd die een blijvertje bleek te zijn. Racoon, Pete Philly, Voicst, Lange Frans & Baas B., Opgezwolle en, recent dus, Sabrina Starke is een rij namen waar Mable terecht trots op kan zijn. “Het mag dan misschien een beetje ldols zijn wat we doen, maar beklljven doet de muziekvan onze artiesten wel. Terwijl het bij Idols tochvaakzo is van: die Rafaëlla, daar horen we helemaal niks meer van… Wij kijken toch een beetje vooruit. Ook denken we heel goed na over de producers aan wie we de artiesten koppelen. Voor When Pop Meeh Jazz kozen we Wiboud Burkens en Manuel Hugas. Twee jongens die heel goed thuis zijn in de wereld van de cross-over. Zij hebben voor iedere artiest niet alleen twee songs geproduceerd, maar door middel van diepgaande gesprekken ook richting gegeven aan de visie van de artiest.”
Ook de nazorg van het Unsigned-project is groot. Aangezien het MCN een dienstverlenende overheidsinstelling is, kunnen de deelnemende artiesten er altijd terecht voor vragen en advies. Een bijkomend voordeel voor de lichting When Pop Meets Jazz is het feit dat de jazzafdeling van het MCN vorig jaar uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar speelmogelijkheden van jazzacts op de poppodia. In het rapport Jazz op poppodia: een positief geluid is het MCN zoals de titel al doet vermoeden niet pessimistisch gestemd. Dat positieve geluid komt uit de monden van tweederde van vijftien toonaangevende popprogïammeurs. Zlj gaven te kennen jazz een aantrekkelijke niche te vinden omdat het genre ‘hip, verrassend, inspirerend, en openminded is. Zij hadden het dan wel over de hippe jazz voor het jonge, grotere publiek en niet over de traditionele of experimentele jazz voor een hoogopgeleid en vaak ouder publiek. De laatstgenoemde, vaak gesubsidieerde genres, lijden nog steeds onder een negatief imago dat vaak wordt omschreven met termen als gesloten, elitair, oubollig en ontoegankelijk. Hoewel Mable en de producers Burkens en Hugas de groepen al ruim voor het verschijnen van het rapport Jazz op poppodia: een positief geluid hadden geselecteerd, lijkt iedere act wel iets in huis te hebben om de diverse pop- en jazzprograrnmeurs over de streep te trekken. En dat is belangrijk: een stabiele fanbase gekoppeld aan een solide live-reputatie is vooral in jazzgerelateerde stijlen een absolute voorwaarde voor een platencontract.
“We hebben de bands even het gevoel gegeven van hoe het is wanneer je in de spotlight staat, maar nu zullen ze zelf vlieguren moeten gaan maken.” Afgaande op de reacties van het publiek in Paradiso moet dat zeker gaan lukken. Minstens de helft van het publiek is onder de twintig en smult zichtbaar van het gebodene: hier zijn dingen te horen die de vele gespitste rode oortjes nog nooit eerder hoorden. Lavalu neemt met opgestoken hand afscheid van het publiek. Eerder heeft zij al verklapt dat de presentatie van Lavalu’s debuut-cd ook op dit podium zal plaatsvinden, want ja: Lavalu en haar mannen hebben al voor het project ten einde was een platencontract in de wacht gesleept. Ook zal zij, net als haar grote voorbeeld Tori Amos, louter op grond van haar reputatie op het prestigieuze Montreux Jazz Festival staan.
Ruud Meijer