November 2008 — review

Jazzenzo Lavalu pleziert pop- en jazzluisteraar

Compleet vergeten de band voor te stellen, begint Lavalu de tweede set met een verontschuldiging naar het publiek en haar bandleden toe. Het verraadt de bescheidenheid van de jonge zangeres/pianiste en vooral haar respect voor het Bimhuis. Zo vaak komt het niet voor dat een popartiest als Lavalu de vrijdagavond mag vullen in het belangrijkste jazzpodium van Nederland. Lavalu realiseerde zich dit maar al te goed. De frisse en verkennende aanpak van de jonge artieste met haar muzikanten, maakt hun aanwezigheid echter volkomen legitiem.

Lavalu bouwt op de ideeën, stem, composities en teksten van Marielle Woltring, een vrolijke, enthousiaste en expressieve 28-jarige vrouw met een achtergrond in theater. Ze heeft een interessant geluid gecreeërd dat zich kan schikken naar vrijwelk elk podium. Zo speelde de Gelderse band al op jazzpodia als de Paradox en SJU, maar ook in poptempels als Sugar Factory en P60; hun cd-presentatie op 24 maart 2009 zal in Paradiso zijn.

De band bestaat verder uit drummer Yonga Sun, saxofonist Miguel Boelens en cellist Jörg Brinkmann. De eigenzinnigheid schijnt door in de onalledaagse samenstelling van instrumenten. Lavalu neemt toegankelijke pop als basis voor vrijwel elk nummer, maar zal dit nimmer laten horen zonder de combinatie met rock, jazz, funk of klassiek. Het is een visie die veel bands pretenderen waar te maken, maar zij doen dit met grote overtuiging en sterke composities. Ook in combinatie met de zuivere karakteristieke stem van Lavalu, neigend naar de hoogte van Bjørk, onstaat een stevig fundament.

Het sterktste element van Lavalu ligt in de doordachte en stabiele stukken, waarbij iedere muzikant toch voldoende mogelijkheid heeft tot improvisatie. Het vormt de reden waarom ook de jazzliefhebbers worden uitgedaagd: elke compositie heeft een vaste structuur, zoals het pop betaamt, maar in solo’s en begeleiding is creativiteit een pré. Yonga Sun leefde zich met deze gedachte het meeste uit. Voornamelijk in het vertragen en versnellen van ritmes is de Duits-Koreaanse drummer steengoed. Zijn begeleiding in de meer rockactige nummers was vaak wat hard en fel; het tekent zijn veelzijdigheid. Boelens overtuigde op de sopraansax met lyrische solo’s; vaak niet te ingewikkeld, maar zeer zeker overtuigend en standvastig. Ook Brinkmann excelleerde in zowel solo’s als begeleiding. Het duet met Lavalu, waarbij hij zijn cello loopte om vervolgens het instrument als contrabas te hanteren was prachtig. Met de wahwah begeleidde hij de band vervolgens weer funkend.

Het is de eigenzinnigheid en veelzijdigheid die Lavalu tot een artiest vormt die vrijwel iedere luisteraar op welk podium of festival dan ook kan vermaken. Kritiekpunten zouden zich logisch kunnen vormen aan de hand van dit grote bereik: als alle oortjes worden gevoed, ontbeert het Lavalu dan niet aan karakter? Neen, want zij is hier uniek in en bovendien terecht overtuigd van haar kunnen. Toen het optreden werd beloond met een groot applaus en de muzikanten naar beneden verdwenen, sprongen zij na een tiental seconden weer achter hun instrument; blij om nog een nummer te kunnen laten horen. Enthousiasme en frisheid vormen een mooie combinatie tot succes.

Tim Sprangers

http://www.jazzenzo.nl/pivot/entry.php?id=1930